CARPETGALLERY
De consumentensite voor Perzische en oosterse tapijten

Bidjar

bronnen: zie literatuur

terug          home
 
In de stad Bidjar in het westen van Iran worden sinds de tweede helft van de 19de eeuw tapijten geknoopt volgens de methode van de volledig gekantelde ketting. Een doorsnede van het tapijt laat zien dat er altijd twee kettingdraden boven elkaar liggen. Om dit te bereiken worden tussen elke knopenrij twee inslagdraden gebruikt: een dunne die als het ware om de kettingdraden heen loopt en een dikke die de twee lagen van kettingdraden scheidt. Door deze constructie ontstaat een zwaar stijf tapijt dat altijd vlak ligt. Door het gebruik van kwalitatief goede materialen en deze methode van vervaardigen zijn deze tapijten vrijwel onverslijtbaar. Er worden via de internationale veilinghuizen exemplaren aangeboden van 200 jaar oud die nog steeds in redelijk bruikbare staat verkeren. Deze antieke tapijten hebben dan een hoge waarde, grote Bidjar tapijten uit de vroege periode brengen geregeld bedragen op van 15.000 tot 25.000 euro. De knooptechniek is symmetrisch. De meeste Bidjar tapijten worden geweven door Koerden in het gebied Gerus. Tapijten die niet in een atelier zijn vervaardigd, de zogenaamde boeren– en dorpstapijten worden verhandeld onder de naam "Koerdische tapijten".
De Bidjartapijten komen in alle maten voor, van klein tot zeer groot.
 

Patronen en Motieven

 
Over het algemeen wordt het vlak gevuld met een medaillon of met een doorlopend patroon met zich herhalend motief. De randen hebben meestal een goed herkenbaar Herati motief maar ook andere motieven met bloemen en bladerranken komen veel voor. 

In het vlak

Het medaillon is duidelijk herkenbaar en heeft een ovale vorm of ruitvorm met een gelobde of getande rand. Aan de onder- bovenzijde bevindt zich een min of meer ankervormig pendant (hanger). Het medaillon is meestal gevuld met bloem- en rankmotieven . De meeste Bidjars hebben motieven met sierlijk gebogen en slingerende lijnen maar er komen ook, beïnvloed door noordelijke stijlen, meer gestileerde vormen voor. Het medaillon kan op een effen achtergrond zijn aangebracht, de vier hoeken van het vlak zijn dan meestal gevuld met zogenaamde hoekmedaillons. Deze zijn gespiegelde kwarten van het hoofdmedaillon. Het komt ook veelvuldig voor dat de ruimte om het medaillon is gevuld met een doorlopend patroon met bijvoorbeeld een Heratimotief.

Het doorlopend patroon met zich herhalend motief wordt ook gebruikt om het gehele vlak te vullen. 
  • Dit motief kan het Heratimotief zijn maar ook motieven met bloemen en ranken worden gebruikt. 
  • Een aparte plaats nemen de zogenaamde Gerus-tapijten in, het doorlopend patroon bevat vrijwel altijd een arabesk motief dat is afgeleid van een vlinderbloemige bloem zoals de orchis. Dit motief evalueert in veel gevallen tot het "Dahan Azhdari-motief", (bek van de draak of slang, symbool voor het kwaad of boosheid). Deze tapijten zijn door hun kwaliteit wereldberoemd en zeer gezocht. 
  • Als derde doorlopend motief komt voor het treurwilg- en cipresmotief, dit worden wel kerkhoftapijten genoemd. De cipres is het symbool voor eeuwig leven terwijl de treurwilg de dood symboliseert. Deze motieven vullen samen met andere bloem- en bladmotieven het gehele vlak.


Bidjar ca. 1890
 

Bidjar met een doorlopend patroon met zich herhalend Heratimotief in het vlak.


Gerus tapijt ± 1880
 

Het Heratimotief bestaat uit een centrale bloem (roos) in een ruit met aan de vier zijden een lancetvormig blad.



Geruspatroon


Kerkhoftapijt (Hamadan)
     
  Patronen in de randen

De randen van een Bidjar zijn meestal vrij breed, het meest voorkomende patroon is het Herati-randpatroon. Dit patroon bestaat uit schildpad- bloemmotieven omgeven door arabesken van bloemen en bladeren. De motieven in de rand zijn evenals in het vlak in meer of mindere mate gestileerd.

 
knoop symmetrisch
aantal knopen 19e eeuw en ouder,15-25 /cm2
later 15 – 40 cm2
materiaal geheel wol met soms kameelhaar in de pool, nu wol op katoen
constructie volledig gekantelde ketting met 2 of 3 inslagdraden waarvan een tot 0,5 cm dik die de scheiding vormt tussen de twee kettingdraden.
   
   


























links: Sporadisch komt ook een picturaal Bidjartapijt voor.
Let op: de kop van de slang heeft als grondvorm het Gerusmotief.