CARPETGALLERY

Literatuuroverzicht

terug               home

 

Oosterse tapijten (&  Wat u moet weten over oosterse tapijten)

 
 
Dit is een standaardwerkje geschreven door de bevlogen directeur van de tapijthandel Con & Verdonck. De eerste uitgave, Wat u moet weten over oosterse tapijten,  verscheen rond 1955 in de serie Raad en Daad bij Jan van Tuyl N.V. Later wordt het werkje uitgegeven onder de bekende titel Oosterse Tapijten door de uitgeversmaatscahppij C .A. J. van Dishoeck. Van deze laatste uitgave zijn een groot aantal drukken verschenen die in het antiquariaat nog altijd eenvoudig te vinden zijn (prijs ~ 5 euro).
In het boekje geeft de heer Con een duidelijke makkelijk leesbare uiteenzetting over het oosters tapijt en behandeld daarbij de belangrijkste zaken en begrippen. Het boekje is zeker niet bedoeld als wetenschappelijk werk maar veeleer, zoals de auteur zelf aangeeft, als handboek dat prettig leesbaar is.
Het boekje telt 94 pagina's, de tekst is verlucht met een aantal foto's en platen waarvan 8 in kleur.
 
  Oosterse tapijten (&  Wat u moet weten over oosterse tapijten) Oosterse tapijten, J.M. Con  
   
  Het onderstaande hoofdstukje uit de eerste uitgave dat in de tweede uitgave is ingekort wil ik u niet onthouden. (Wat u moet weten over oosterse tapijten)    
 

Hoe houdt men oosterse tapijten schoon?

Gevoegelijk zouden wij dit hoofdstuk kunnen indelen onder de rubriek, "Practische wenken voor de huisvrouw”, want de bedoeling ervan is, aan belanghebbenden inlichtingen te verschaffen, hoe ze hun tapijten moeten behandelen, om er zo lang en zoveel mogelijk nut en plezier van te hebben. Bij ondervinding weten we, dat er op het gebied van het onderhoud van tapijten nog zeer veel onwetendheid heerst en dat er nog dagelijks op zeer onverantwoordelijke wijze met de kleden wordt omgesprongen, zeer tot schade van de bezitters en vaak tot verdriet van de handelaar, die het kleed geleverd heeft.
ledere koopman in tapijten weet u te verhalen van boze klanten die, geheel ten onrechte, komen klagen over de slechte kwaliteit van de geleverde waar.
De telefoon rinkelt: "Hallo, met magazijn ‘Orient’."
"Mijnheer, de bokhara, die u mij geleverd heeft, is van zeer slechte kwaliteit, er zit nu al een groot gat in!
"Mevrouw, dat is mij volkomen onverklaarbaar, we komen even bij u kijken.
Men komt en mevrouw toont ons een bokhara-tapijt, enkele maanden geleden geleverd, dat in het midden een scheur vertoont van enkele decimeters.
"Zoiets mag toch niet voorkomen, mijnheer!
"Neen mevrouw, zo iets mag inderdaad niet voorkomen, maar heeft u het kleed soms geklopt?
"Neen mijnheer, bij mij worden de kleden nooit geklopt, ik heb dat aan het dienstmeisje nadrukkelijk verboden!
"Wilt u alstublieft het dienstmeisje even roepen?
Het dienstmeisje verschijnt en nu hangt het maar van haar verstoktheid in het jokken af, hoe lang het duurt, voordat de waarheid aan het licht komt, want het staat als een paal boven water, dat het kleed geklopt is en wel op de meest onbarmhartige wijze.
Gelukkig is in dergelijke gevallen de ramp niet zo groot als zij zich laat aanzien. Met weinig kosten kan het kleed onzichtbaar gerepareerd worden en heeft daardoor aan waarde niets ingeboet, maar het geval blijft onaangenaam voor de klant zowel als voor de verkoper. Dergelijke onaangenaamheden zijn zo gemakkelijk te vermijden, mits men maar nauwkeurig de voorschriften opvolgt, die elke handelaar gaarne zal geven.

   

Vooreerst dan: kloppen is onder alle omstandigheden uit den boze, zelfs al ziet men na zulk kloppen niet direct de fatale gevolgen. Er bestaan twee manieren van kloppen. De eerste is de twee-persoons methode. Twee, liefst zeer stevige, vrouwspersonen pakken het tapijt ieder aan twee punten beet en halen daarmede een soort gymnastiek uit, die wij in onze jeugd met de naam "Jonassen” betitelden. ledere afzonderlijke "Jonas” gaat vergezeld van een doffe knal, die tot ver in de buurt hoorbaar is en mevrouw kondschap doet van de ijver en ambitie harer gedienstigen. De stofwolken vliegen er uit en de beide atletische dames ademen ze met voile teugen in, want door de inspanning, die dit zware werk vordert, wordt de ademhaling al spoedig in hoge mate versneld. Dit is wel de allerslechtste manier om een tapijt te reinigen. Slecht voor het tapijt, want hoe sterk en hoe solide geweven het ook mag zijn, een formidabele spanning zoais bij dit kloppen optreedt, houden de inslagdraden op den duur niet uit.
De tweede wijze van kloppen, veel meer toegepast dan de eerste, is de "vrije rekstok”-methode. Men gaat naar de tuin, hangt bet kleed over een soort rekstok, neemt de mattenklopper en dan maar slaan en ranselen, liefst zo hard mogelijk. Weer geniet onze vlijtige dienstbode het voorrecht enige decigrammen stof in haar longen te mogen opnemen en wederom wordt bet kleed aan een behandeling onderworpen, waarop het niet berekend is en vroeg of laat zijn gaten of scheuren het onvermijdelijke gevolg, die op bun beurt weer oorzaak zijn van klachten bij de leverancier.

 
 
 
Mits een kleed geregeld goed onderhouden wordt, is een dergelijke klopperij hoogstens één maal per jaar noodzakelijk. U eist van uw leverancier natuurlijk, dat bij u het kleed stofvrij aflevert en u heeft niets anders te doen dan uw tapijt dagelijks met de stofzuiger te bewerken en eenmaal per week de vloer onder het kleed te laten vegen. Bij een dergelijke eenvoudige, niet vermoeiende en weinig tijdrovende behandeling behoeft bet kleed zo goed als nooit van zijn plaats ver wijderd te worden en u zult nimmer met ongegronde klachten bij uw leverancier behoeven te komen.
Ik was eens in de gelegenheid een paar interessante proeven te zien, die dit bewijzen. Het was bij een grote stofzuigerfirma hier te lande. In een dun, vrij los geknoopt tapijtje werden zestig witte draadjes willekeurig over de oppervlakte verdeeld. Deze draadjes van ongeveer 3 cm, werden gewoon door het weefsel heengetrokken, maar er op geen enkele wijze aan bevestigd. Vervolgens werd het kleed met de stofzuiger behandeld, die tot mijn grote verwondering niet één van de draadjes meenam. Wel een bewijs, dat van uittrekken van geknoopte draden helemaal geen sprake kan zijn.
Een andere, niet minder interessante proef bestond hierin, dat men een stofzuiger op een tapijt plaatste, inschakelde en hem gedurende 24 uur liet doorwerken, zonder bet apparaat van zijn plaats te bewegen. Daar het een apparaat met een roterende borstel was, zou men toch allicht kunnen verwachten, dat na 24 uur "stofzuigen” minstens een kale of dunne plek merkbaar is. Niets hiervan, de plek was later in bet tapijt niet meer terug te vinden.
Een stofzuiger is dus heel wat onschadelijker zelfs dan de bekende ouderwetse tapijtschuier, waarmede een vorige generatie met behulp van uitgestrooide theebladen, ten koste van menig zweetdruppeltje, haar tapijten moest schoonhouden.
 
 
Een menselijke arm, verlengd met een stevige mattenklopper, is een heel behoorlijke hefboom en vraagt u nu maar eens aan iemand, die iets van mechanica afweet, welke druk een dergelijke hefboom met middelmatige kracht bedreven, op een tapijt kan uitoefenen. "Ja maar,” zal men opmerken, "mijn tapijt is zo vuil, dat ik het met de stofzuiger niet schoon kan krijgen, als ik dan niet zus en niet zo mag kloppen, wat dan?”
Inderdaad komt het vaak voor, dat tapijten zoveel stof bevatten, dat kloppen noodzakelijk is, maar dan is er slechts één middel: zend het naar een tapijtklopperij, die het op vakkundige wijze, zonder het te beschadigen, geheel machinaal voor u reinigt.